Pagina's

12-11-15

De hondenfluisteraar (een KV)

Begin jaren vijftig waren wij de enigen in onze buurtschap met een telefoon.
Mijn ouders hadden een landbouwmechanisatiebedrijf, maar ook een winkel, een Rode Kruispost, een ANWB-meldpunt en een hulppostkantoor, waar iedereen kon bellen.
    Elke dag moest er wel een telefoonboodschap - soms een telegram - naar een bepaald adres worden gebracht.
Ik was die dag aan de beurt om die boodschappen weg te brengen.
   Er kwam een telefoonberichtje binnen voor een boer in de buurt.
Bij de boerderij zette ik mijn fiets tegen de hooiberg. De zijdeur stond open en ik riep: “Volluuuuk!” De boerin kwam, pakte een keukenhanddoek, droogde haar handen af en nam de telefoonboodschap aan.
Opeens keek zij op en riep: “Herthaaa. Af.” Ik wilde omkijken, maar voelde ineens een stekende pijn in mijn rechterschouder. De waakhond, een grote herdershond, had mij gebeten.
De boerin joeg de hond weg en zei: “Laat mij even naar je schouder kijken.” Er was een grote, diepe afdruk van de tanden van de hond te zien, maar het bloedde gelukkig niet. Ik hoefde niet naar de dokter voor een prik. Zij deed er een natte keukenhanddoek op.
Ik wilde naar huis. Met de fiets tussen mij en de waakhond in liep ik langs het blaffende beest, die nu wel aan de ketting lag, het erf af.
   Toen ik thuis kwam, vertelde ik wat er gebeurd was.
Zichtbaar kwaad fietste mijn vader naar Molenberg, zo heette de man. Hij stond bekend als hondenfluisteraar.
Mijn vader vertelde hem wat mij was overkomen en vroeg hem of hij die hond wilde “bekijken”. Hij pakte zijn fiets en ging direct met mijn vader mee.
   Op het erf van de boerderij sprak mijn vader even met de boer. Molenberg lag al op zijn knieën voor de waakhond en keek haar in de ogen. Plotseling begon de hond te piepen en te janken en kroop met de staart tussen de poten in haar hok. Molenberg zei tegen mijn vader: “Jan, deze hond deugt niet.”
Mijn vader moest even nadenken en zei toen tegen de boer: “Als jij de hond niet afmaakt, dan doe ik het.” De boer knikte alleen maar.
   Nog dezelfde dag belde hij. Mijn moeder hoorde hem aan de veearts vragen, of hij even langs kon komen om zijn hond “een spuitje te geven”.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen