Pagina's

15-11-15

Voor straf naar boven (een KV)

Als mijn broer en ik wat hadden ‘uitgespookt’, dan overlegden onze ouders welke straf wij moesten krijgen.
Zodra wij vader zagen, renden we de trap op, naar boven. We probeerden ons te verstoppen, of we gingen – wat slimmer was – direct naar onze slaapkamer.
Vader zocht net zo lang tot hij ons gevonden had, dan pakte hij zijn duimstok uit de overall en gaf ons een flinke tik op de billen.
Waren wij in de slaapkamer, dan kregen we meestal de ‘standaardstraf’: op de slaapkamer blijven.
Toch vermaakten we ons dan ook. We deden allerlei spelletjes, of we lagen op bed de Donald Ducks te lezen.
Soms speelden we ‘glijbaantje op de strijkplank’. Dat was een spektakel. We haalden de strijkplank uit de werkkast, plaatsten die schuin tegen het voeteneind van een bed en gleden dan, om de beurt en in de blote kont, van de strijkplank op een hoofdkussen op de vloer.
Ook soms speelden we in het magazijn boven de winkel. Door de slaapkamer van onze ouders konden we daar komen.
Het gebeurde een keer, dat we in ‘de hut’ in slaap waren gevallen. Toen moeder riep dat we naar beneden mochten komen, kwamen we niet opdagen. Zij snapte eerst niet waarom. Na lang zoeken ontdekte zij het waarom. Zij vond ons in slaap in ‘de hut’ die we van koe-dekens hadden gemaakt.
Op een zonnige zaterdag, toen we weer ‘slaapkamerarrest’ hadden, waren we niet van plan om te blijven.
We hadden het lef om door het doucheraampje te kruipen en lieten ons op het platte dak van de keuken glijden. We liepen voorzichtig, omdat er grint op lag. Aan de rand van het dak lieten we ons hangen en sprongen op het pad naar de tuin.
We haalden onze klompen uit de schuur en slopen achter de bessenstruiken langs naar de voortuin van de buren. Daar stond een grote kastanjeboom. We verstopten de klompen in het hoge gras, klommen in die boom en gingen op een dikke tak zitten.
Tussen de bladeren door zagen we een paard en wagen. Een drietal koeien liep achter de wagen aan een stuk touw. Dat moest grootvader zijn.
Grootvader was slager, had een slagerij en een slagerswinkel. De koeien kocht hij op de veemarkt, maar de varkens van boeren in de omgeving.
We kropen voorzichtig over de tak en sprongen pardoes naar beneden toen de wagen onder de tak passeerde. Grootvader schrok enorm; ook het paard en de koeien.
Toen het weer rustig was geworden, vertelden we hem alles.
“Jongens”, zei hij, “jullie gaan met mij mee de koeien naar de wei brengen. Als we weer terug zijn, dan praat ik wel met jullie ouders.”
Toen we in de namiddag thuiskwamen, praatte hij met onze ouders. Dat had hij beloofd. Ze keken eerst wel bedenkelijk naar ons, maar iets later hoorden we hen samen lachen.
                                                                 ----------- (Ik moest aan mijn ouders denken toen ik dit korte verhaal plaatste. Wat zouden zij er van vinden?)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen